“Treinramp Wetteren. Waar staan we, vijf jaar later?”

Gouverneur Jan Briers en burgemeester van Wetteren Alain Pardaen organiseerden op vrijdag 4 mei 2018 het congres ‘Treinramp in Wetteren. Waar staan we, vijf jaar later?’. Het congres, bedoeld voor professionals binnen de noodplanning, blikte 5 jaar later –dag op dag- terug op de ramp. Experten van de vijf disciplines (brandweer, medische, politie, logistiek en civiele veiligheid en informatie aan de bevolking) gingen met elkaar in debat. Binnen het kader van vier thematische panelgesprekken ging men na hoe men, met het oog op een adequate bescherming van de bevolking tijdens een noodsituatie, de procedures en werking kunnen verbeteren. Hieronder kan u een overzicht van de belangrijkste conclusies per panel vinden.

Panel 1: Medische en psychosociale hulpverlening (Sprekers: Dr. Winne Haenen, federaal gezondheidsinspecteur FOD Volksgezondheid en Dr. Erik De Soir, docent Crisispsychologie)

In het debat rond de medische en psychosociale hulpverlening kwamen er een aantal suggesties tot verbeteringen naar voren. Zo zou onder andere een tegengif (antidota) sneller beschikbaar moeten zijn én in grote mate voorhanden op een vrije, gekende plaats voor iedereen. Men moet tevens werk maken van een rampenfonds met snelle vergoedingen aan de slachtoffers.

In de case van Wetteren ging het over acrylnitril, deze stof zou mogelijks kankerverwekkend zijn. Maar er is geen enkele reden om aan te nemen dat dit in Wetteren effectief zo was, integendeel. Statistisch gezien zijn er niet meer kankers na monitoring. Dr. Winne Haenen deed ook een oproep om experten, toxicologen en/of epidemiologen sneller aan te spreken, hun expertise moet snel aangewend kunnen worden. Dr. Erik De Soir gaf aan dat huisartsen en de rol die ze spelen bij de behandeling van patiënten, zeker niet vergeten mag worden. Tot slot kwam men tot de conclusie dat er meer wetenschappelijk naslagwerk nodig is, zo kan men snel teruggrijpen naar kennis over gelijkaardige voorgaande gevallen.

Hulpverleners hebben nood aan duidelijke richtlijnen en informatie (windrichting, welke stof …) bij dergelijke incidenten. Zo kan men vermijden dat hulpverleners de gevarenzone betreden en zo een risico op blootstelling lopen. Na afloop van dergelijke ramp is er ook nood aan eensgezindheid onder de arbeidsgeneesheren, een comité van de verschillende arbeidsgeneesheren zou in dergelijke gevallen tot een gezamenlijke methodiek moeten komen. Hier wordt aan gewerkt!

Panel 2: Veiligheid en transport (Spreker: dhr. Gert Van Bortel, Emergency Response Vice President BASF)

In het tweede panel rond veiligheid en transport wees men op het feit dat 80% van de ongevallen te wijten is aan een menselijke factor. Aan de oorzaak van bijna alle treinincidenten ligt een menselijke fout aan de basis. Het Europese automatische remsysteem zou dergelijke treinincidenten in de toekomst moeten kunnen vermijden. Ook inzetten op een degelijke initiële en permanente vorming kan een oplossing bieden. Meer aandacht aan planning en de shifts van het personeel moeten vermoeidheid tegengaan. Dankzij het track en trace-systeem weet men nu veel beter welk product het is, waar het is en wat de gevaren hiervan zijn.

Instanties als Belintra zorgen voor medeondersteuning vanuit de industrie bij scheikundige rampen. Ook de industrie doet heel wat inspanningen ter beveiliging, de verschillende transportmodi worden steeds beter met elkaar verbonden. Vervoer zal zoveel mogelijk via spoor en water gebeuren omdat de risico’s hier nog altijd lager zijn dan bij transporten via de weg.

Panel 3: Informatie en communicatie (Sprekers: Dhr. Bert Brugghemans, zonecommandant brandweer Antwerpen en dhr. Peter Mertens, Woordvoerder Algemene directie crisiscentrum)

Informatiemanagement mag en moet nog meer (wettelijk) worden geïmplementeerd, deze conclusie kunnen we trekken uit het derde panel rond informatie en communicatie. De oprichting van Team D5, een nieuw initiatief sinds de treinramp en de uitbouw van de opleiding DIR-CP-Ops zijn hier een voorbeeld van. DIR-CP-Ops is een absolute sleutelfunctie aan de operationele zijde van het beheer van een noodsituatie.

Voor het Crisiscentrum (CC) is beeldvorming van groot belang. Zo kan men zicht krijgen op de situatie en gepaste beslissingen nemen. Bij dergelijke incidenten zijn er veel experten en diensten betrokken, voor de treinramp waren er 40 personen aanwezig in het CC. Dit is te veel en niet werkbaar.

Op vlak van communicatie naar de bevolking zijn er veel stappen gezet. Sinds de treinramp heeft de gouverneur een convenant afgesloten met de regionale media, verloopt communicatie via sociale mediakanalen, werd Team D5 opgericht en werd Be-Alert opgestart. De gedachte “we care” is hier zeer belangrijk, de overheid moet begrip tonen voor de eventuele problemen voor de bevolking en hen aangeven die zo snel als mogelijk aan te pakken. Er moet steeds getracht worden om de geëvacueerde als eerste informatie te geven, op die manier hoeft deze dit niet via de pers te vernemen.

Panel 4: De gerechtelijke en financiële aspecten (Spreker: Procureur-generaal bij het hof van beroep Gent, Erwin Dernicourt)

De getroffen burgers zouden inmiddels moeten vergoed zijn door hun eigen verzekering. Maar de aansprakelijkheidsverzekering kan niet in werking treden zolang niet vaststaat wie aansprakelijk is. Een rampenfonds dat de kosten van de betrokken burgerlijke partijen en slachtoffers kan vergoeden kan hier mogelijks een oplossing bieden. De rechtszaken worden dan verder opgevolgd door de overheid of verzekeraars. Het is daarom heel goed om de verzekeringen snel te betrekken bij de verschillende infomomenten voor de bevolking.

Een strafrechtelijke vervolging komt er niet wegens het overlijden van de treinbestuurder. Een burgerlijke rechtszaak daarentegen is zeker nodig. Men kan zich ook nog steeds registreren als benadeelde partij.

Conclusie

Incidenten zoals de treinramp in Wetteren leren ons dat noodplanning bij dergelijke rampen een complex verhaal is. De maatschappij en jammer genoeg ook de gevaren zijn constant in evolutie. Enkel door onszelf voortdurend te evalueren en op zoek te gaan naar verbeteringen kunnen we in de toekomst het hoofd bieden aan dergelijke complexe situaties.